Onderdeel van BoerenNatuur

Kruidenrijk grasland

Dit beheerpakket is een van de belangrijkste schakels in een goed weidevogelmozaïek: het voorziet in zowel voedsel, als veiligheid en voortplanting.

Het uitgestelde maaien zorgt voor een geschikte plek om te broeden, het hoge gras biedt vervolgens beschutting aan de weidevogelkuikens. De bloeiende kruiden trekken insecten aan die op hun beurt weer voedsel vormen voor (weide)vogels.

Bij het afsluiten van dit pakket zorg je via de uitgestelde maaidatum direct voor een veilige plek om te broeden. De grootste uitdaging is het daadwerkelijk kruidenrijk krijgen (en houden) van het grasland.

Werken aan de kruidenrijkdom

Is het perceel nog niet erg kruidenrijk, dan kan je kiezen voor pakket Ontwikkeling kruidenrijk grasland. Hierin is het verplichte aantal indicatorsoorten lager.

Sommige percelen voldoen al wel aan het verplichte aantal indicatorsoorten, maar zijn nog niet bijzonder kruidenrijk en/of hebben nog een vrij dicht gewas waardoor de doorwaadbaarheid beperkt is. Je kan dan werken aan het vergroten van de kruidenrijkdom:

Door soms een jaar af te wisselen met pakket Extensief beweiden. Maak dan wel afspraken dat aanvullende bemesting niet is toegestaan.

Combinatie met pakket Hoog waterpeil

Een fraaie combinatie van pakketten voor weidevogels is die van Kruidenrijk grasland met pakket Hoog waterpeil. Deze combinatie biedt alles dat weidevogels nodig hebben:

  • Regenwormen aan de oppervlakte door de hogere waterstand
  • Zachte bodem waarin de snavels van volwassen weidevogels makkelijk de wormen kunnen pakken
  • Langzamere grasgroei waardoor een goede doorwaadbaarheid voor de kuikens ontstaat
  • Voldoende kruiden en dus insecten voor de kuikens
  • Een veilige omgeving om te broeden door de rustperiode.

Ga ik dit jaar bemesten?

Deze afweging is afhankelijk van de gewasproductie van het perceel. Wanneer het perceel het voorgaande jaar aan het eind van de rustperiode een zwaar en dicht gewas had, dan is het voorlopig afzien van bemesting een goede keuze.

Een compromis met de boer kan zijn niet jaarlijks te bemesten met ruige mest, maar eens in de 2 of 3 jaar.

Op percelen waar de gewenste kruidenrijkdom en structuur al is bereikt, is (instandhoudings)bemesting met ruige mest positief.

Op welk moment ga ik bemesten?

Hier zijn grofweg 2 keuzes in te maken:

  1. Na de rustperiode, in het najaar
    De activiteit van het bodemleven is in het najaar het hoogst. Het organisch materiaal wordt optimaal gebruikt en beschikbaar gemaakt voor het volgende groeiseizoen. In het voorjaar kan het organische materiaal uitdrogen en verwaaien waardoor het bodemleven er minder aan heeft. Extra voordeel voor de boer: deze periode voorkomt schade aan bodem en grasmat, omdat hij in het vroege voorjaar niet met grote machines op het land hoeft. Dit zorgt ook voor minder verstoring van weidevogels, met name de kievit die soms al broedt, wanneer er mest wordt uitgereden.
  2. Voor de rustperiode, in het voorjaar
    Kies dan een moment zo kort mogelijk voor de start van de rustperiode. Het uitstellen van bemesting in het voorjaar is gunstig voor weidevogels: regenwormen blijven zo hongerig, dicht bij het oppervlak en daardoor goed bereikbaar. Uit onderzoek van Jeroen Onrust blijkt dat er maar liefst 2,5 keer zoveel rode wormen aan het oppervlak kwamen in een perceel dat 14 maart bemest was met ruige mest, ten opzichte van een perceel waar op 1 februari al ruige mest is uitgereden!

Aandachtspunten:

  • Wettelijke termijnen waarop boeren mest mogen uitrijden
  • Mestplaatsingsruimte op percelen met ANLb