Door een geleidelijk aflopende overgang te maken van land naar water, ontstaat een natuurvriendelijke oever met een ondiepe laag water. Hierin kunnen diverse waterplanten zich goed ontwikkelen.
Voor vissen als bittervoorn en grote modderkruiper zijn deze waterplanten belangrijk voor de voortplanting en om voedsel te vinden, maar ook als schuilgelegenheid voor jonge vissen. Ook weidevogelkuikens hebben baat bij natuurvriendelijke oevers: ondanks dat ze goed kunnen zwemmen, zijn de reguliere taluds vaak te steil om weer op het land te kunnen komen.
Natuurvriendelijke oevers zijn ook gunstig voor de waterkwaliteit: ze helpen tegen de uitspoeling van nutriënten vanuit het aangrenzende perceel.
Als je een natuurvriendelijke oever gaat aanleggen: maak de oever dan zo flauw mogelijk. Dat heeft twee voordelen:
Onderhoud aan natuurvriendelijke oevers is nodig, maar ook heel verstorend voor dieren.
Door het maaien of schonen tussen half augustus en eind oktober uit te voeren, blijf je buiten de voortplantingsperiode van vissen en amfibieën in de zomer, en buiten de overwinterings-/rustperiode in de winter.

De sloot moet geschoond worden, de oever gemaaid. Jaarlijks laat je ongeveer 1/3 van het oppervlak ongemoeid.
Het liefst niet aaneengesloten, maar in losse blokken. Zo blijft er altijd een stuk met waterplanten over en ontstaat de meeste variatie. Variatie is goed voor de biodiversiteit.
Het is verstandig met het mesten een paar meter uit de rand van de natuurvriendelijke oever te blijven. Dat geldt uiteraard ook voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Combineer het pakket natuurvriendelijke oever daarom met randenbeheer (via pakket Botanisch grasland of Kruidenrijk grasland). Volvelds beheer via deze pakketten kan uiteraard ook. Door de randen later te maaien dan het aangrenzende perceel, ontstaat broedgelegenheid voor eenden en vinden weidevogel(kuikens) hier voedsel en beschutting.