Veel slootkanten worden meerdere keren per jaar geklepeld, waarbij het maaisel op het talud blijft liggen. Dit gaat ten koste van de kruidenrijkdom.
Dit pakket zet in op het maaien en afvoeren van de taluds. Doel is verschralen waardoor het aantal bloeiende planten in de slootkant toeneemt. Doordat het maaien gefaseerd gebeurt, is er altijd begroeiing aanwezig, waardoor insecten -ook in de winterperiode- een leefgebied vinden.
Dit pakket is verwant aan Natuurvriendelijke oever en Ecologisch slootschonen. Zoek de verschillen!
| Zoek de verschillen! | Pakket 10 Natuurvriendelijke oever | Pakket 12 Ecologisch slootschonen | Pakket 56a Taludbeheer (overgangsbeheer) | Pakket 56b Ecologisch taludbeheer |
| Leefgebied | Dooradering | Dooradering (12b) | Dooradering | |
| Open grasland | ||||
| Categorie Water | Categorie Water (12d) | Categorie Water | ||
| Categorie Klimaat (12d) | ||||
| Element | Flauwe oever (talud), minimaal 1:3 | Sloot | Oever (talud)
| |
| Maatregel | Maaien en afvoeren | Schonen en afvoeren | Maaien en afvoeren | |
| Frequentie | 1 x per jaar | 1 x per jaar | 2-3 x per jaar | 1 x per jaar |

De kracht van dit pakket is het gefaseerd beheer: je maait niet alle taluds in één keer, maar in losse blokken. Zo blijft er altijd een stuk begroeiing over en ontstaat de meeste variatie. Variatie is goed voor de biodiversiteit.
Laat ook gedurende de winterperiode stukken staan. Insecten kunnen deze als overwinteringsplek gebruiken.
Vanuit de verplichte bufferzones is het al nodig met het mesten en gebruik van bestrijdingsmiddelen op afstand van de slootkant te blijven. Daarnaast kun je dit pakket combineren met randenbeheer, op grasland bijvoorbeeld via Kruidenrijk grasland of Botanisch grasland, op bouwland bijvoorbeeld via pakket Kruidenrijke akkerrand.
Je kunt het pakket ook combineren met pakket 39 Bodemverbetering op bouwland, door het vrijgekomen maaisel op het land onder te werken. Als het maaisel van voldoende kwaliteit is, is dit uiteraard ook nog te gebruiken als veevoer.